Rotterdam streeft naar een klimaatneutraal energiesysteem in 2050 en een uitstootvrij mobiliteitssysteem in 2040. Dit betekent dat de groei van elektrisch vervoer in de stad wordt gefaciliteerd. Alle parkeervoorzieningen op privaat terrein moeten daarom worden voorbereid op de toekomst: met voldoende laadpalen en een netaansluiting met genoeg capaciteit om minimaal 20% van de parkeerplaatsen gelijktijdig te kunnen laten laden.
Voor mensen zonder eigen parkeergelegenheid zorgt de gemeente voor de uitbreiding van openbare laadvoorzieningen. Hierbij wordt gekeken naar de laadbehoefte en de groei van elektrisch rijden. Daarnaast worden er snellaadstations gerealiseerd voor specifieke doelgroepen zoals taxi’s en logistiek.
De mobiliteitstransitie is breder dan alleen elektrificatie. De stad zet in op het autoluwer maken van de binnenstad en het stimuleren van wandelen, fietsen en collectieve mobiliteit, zoals openbaar vervoer en deelmobiliteit.
De ambitie is dat Rotterdam in 2040 een uitstootvrij mobiliteitssysteem heeft. Dit vraagt om inzet op drie sporen:
– Autoluwer maken van de binnenstad (Volumebeheersing);
– Stimuleren van wandelen en fietsen en zorgen voor aantrekkelijke vormen van collectieve mobiliteit, zoals kwalitatief OV en de beschikbaarheid van deelmobiliteit (Veranderen);
– Het uitstootvrij maken van het gemotoriseerd verkeer, inclusief mobiele werktuigen, bestelauto’s en vrachtauto’s (Verschonen).
In de Rotterdamse Mobiliteitsaanpak (RMA) wordt beschreven hoe op integrale wijze wordt gewerkt aan een bereikbare en leefbare stad, met aantrekkelijk openbaar vervoer en meer ruimte voor fietser en voetganger. In de Aanpak Nul Emissie Mobiliteit (NEM) worden de ambities en doelstellingen voor een uitstootvrij mobiliteitssysteem beschreven. Hierin is onder andere benoemd dat voldoende laadinfrastructuur randvoorwaardelijk is voor de transitie naar elektrisch rijden.
Bij de uitrol van laadinfrastructuur wordt het principe ‘ladder van laden’ toegepast: het laden wordt in eerste instantie op eigen (parkeer)terrein opgelost. Indien men geen eigen (parkeer)terrein heeft, plaatst de gemeente een laadpaal in de openbare ruimte.
Laadpalen op privaat terrein
In het Parkeerbeleid van de gemeente is opgenomen dat alle parkeervoorzieningen op privaat terrein (constructief) zijn voorbereid op laadinfrastructuur. En de netaansluiting heeft voldoende capaciteit, zodat ten minste 20% van alle parkeerplaatsen gelijktijdig kan laden. Op dit moment is de laadbehoefte misschien nog niet zo groot, maar dat zal snel veranderen. Door deze eis alvast mee te nemen in bouwprojecten voorkomen we dat bewoners op een later moment voor hoge kosten en overlast komen te staan. Daarnaast wordt ontwikkelaars aangeraden om de laadbehoefte van toekomstige bewoners te inventariseren en te zorgen voor voldoende laadpalen beschikbaar zijn bij oplevering van een project.
Openbare laadvoorzieningen
De gemeente zorgt voor voldoende openbare laadpalen, zoals bij openbare parkeerplekken in de wijk. Openbare laadpalen zijn bedoeld voor rijders van elektrische auto’s die niet op eigen terrein bij hun woning of het werk kunnen laden, voor bezoekers van Rotterdam of voor bedrijfsvoertuigen. Prognosekaarten voor de groei van elektrisch rijden zijn leidend bij de uitbreiding van het openbare laadnetwerk. Ook wordt datagestuurd geplaatst: op plekken waar veel wordt geladen, worden laadpalen bijgeplaatst.
Daarnaast is in het najaar van 2022 een concessie gesloten met TotalEnergies om op een aantal locaties in de stad snellaadstations te realiseren. Snelladen is vooral nodig voor specifieke doelgroepen, zoals logistiek en taxi’s.