De natuur is essentieel voor een gezonde stad en levert diensten zoals schone lucht, water, en verkoeling. In Rotterdam, waar de druk op de ruimte groot is door bevolkingsgroei en andere ontwikkelingen, staat de biodiversiteit onder druk. Om dit te beschermen en te versterken, hanteert de gemeente het biodiversiteitskader.
Dit kader werkt met kernbiotopen – gebieden met een specifiek ecologisch karakter – en per biotoop zijn er drie gidssoorten aangewezen. Projecten moeten rekening houden met de behoeften van deze gidssoorten (voedsel, verblijfplaats, veiligheid en verbinding), omdat het verbeteren van hun leefomgeving ook andere soorten ten goede komt.
Cruciaal voor dit kader is de ecologische structuur: een netwerk van groene en blauwe elementen zoals bomenrijen, bermen en parken, die dienen als verbindingsroutes voor dieren. De Toolbox Natuurinclusief Rotterdam en bijbehorende kaarten bieden handvatten om deze structuren en de biodiversiteit te behouden.
Dit beleid wordt ondersteund door algemene principes zoals het creëren van water, groen en donkere plekken, het behoud van bestaande natuur, en natuurinclusief bouwen en beheren.
Om handvatten te bieden om de biodiversiteit in de stad te versterken is de Toolbox Natuurinclusief Rotterdam ontwikkeld. Het is een hulpmiddel dat je op weg helpt met kennis en inspiratie en is een aanvulling op deze Quickscan Duurzaamheid.
Voor grote projecten en complexe vragen en meer informatie kun je de hulp van onze ecologen inroepen via stadsecologen@rotterdam.nl
De ecologische structuur van een stad is
een verzameling van uiteenlopende, onderling verbonden (kern) biotopen. De
verschillen tussen deze (kern)biotopen hangen in grote mate samen met de wijze
waarop de stad is opgebouwd. Het gaat hierbij onder andere om grootte en hoogte
van de bouwblokken, breedte van de openbare ruimten en de verhouding tussen
verhard en groen oppervlak. En ook de ecologische kwaliteit van de gebouwde
omgeving is van belang. Zijn er bijvoorbeeld veel kleine en grote openingen
waarin met name vogels hun toevlucht kunnen nemen, of zit alles potdicht? Deze
aspecten zijn in belangrijke mate afhankelijk van tijd waarin een wijk gebouwd
is en de bebouwingsdichtheid (wat weer afhankelijk is van de afstand tot het
stadscentrum en andere belangrijke concentraties van voorzieningen).
Rotterdam kenmerkt zich door 23
kernbiotopen, opgedeeld in sub-biotopen, met bijhorende gidssoorten. Een
kernbiotoop is dus een verzameling van sub-biotopen die gezamenlijk
karakteristiek zijn voor een deel van de stad.
De gidssoorten behorende bij de kernbiotopen staan voor een reeks aan samenhangende planten en dieren in een bepaald deel van de stad. Dus als de verblijfplek voor de gidssoort verbetert, gaat dat ook op voor de soorten in zijn kielzog. De gidssoort is een soort die bepaalde leefomstandigheden nodig heeft die samen ook leefomstandigheden creëren voor een groot aantal andere soorten. Hierdoor is de soort een gids naar een biodiversiteit die past bij de kernbiotoop.
De aangewezen gidssoorten voor de verschillende kernbiotopen staan in onderstaande tabel:
| Kernbiotoop | Gidssoort |
| Parken | Zanglijster, Icarusblauwtje, Steenrode heidelibel |
| Begraafplaatsen | Rosse vleermuis, Egel, Ijsvogel |
| Bossen | Boomklever, Watervleermuis, Bont zandoogje |
| Sportcomplexen | Groene specht, Icarusblauwtje, Ruige dwergvleermuis |
| Volkstuinen | Ransuil, Vos, Gehakkelde aurelia |
| Binnenstad | Zwarte roodstaart, Gewone dwergvleermuis, Steenhommel |
| Stedelijke wijken | Gierzwaluw, Boomblauwtje, Egel |
| Tuindorpen | Egel, Huismus, Tweestippelig lieveheersbeestje |
| Tuinsteden 1950-1970 | Laatvlieger, Bunzing, Dagpauwoog |
| Groenstedelijke wijken na 1970 | Gewone dwergvleermuis, Atalanta, Sperwer |
| Groenstedelijke wijken na 1990-2000 | Huismus, Icarusblauwtje, Egel |
| Duinen | Nachtegaal, Oranje zandoogje, Parnassia |
| Bedrijventerreinen | Scholekster, Boomvalk, Bruin blauwtje, ruige dwergvleermuis |
| Getijdenrivieren | Fint, Spindotterbloem, Bever |
| Plassen | Roerdomp, Vroege glazenmaker, Watervleermuis |
| Zoet water: Rivieren Rotte en Schie, Stedelijke watergangen en singels | Bittervoorn, Meervleermuis, Hermelijn |
| Polders (Klei en Veen) | Grutto, Waterspitsmuis, Zwanenbloem |
| Groene infrastructuur | Bruin blauwtje, Gewone rolklaver, Hermelijn |
Onderstaande lijst toont een aantal algemene principes die voor alle projecten waardevol zijn om toe te passen ter bevordering van de biodiversiteit:
Houd het donker: Pas zo min mogelijk verlichting toe. Zorg op plekken waar verlichting wel noodzakelijk is dat omliggend groen en water worden ontzien van lichtverstoring.
Water is essentieel: Zorg voor toegankelijk water. Dit kan door natuurvriendelijke oevers, wadi’s of blauwe daken.
Groen, tenzij: Zorg voor zo veel mogelijk onverhard oppervlak met een diversiteit aan beplanting. Diversiteit zit in plantsoorten, gelaagdheid van vegetatie en bloeiperiode. Werk zo veel mogelijk met inheemse afkomst van nieuwe aanplant.
Bodem als basis: Zorg voor een goed doorlaatbare bodem vol bodemleven. Kies voor een inrichting en plantkeuze die past bij de bodem en grondwaterstand. Zorg voor een standplaats waar bomen en struiken groot en oud kunnen worden. Houd rekening met variatie in nat-droog, zon-schaduw en reliëf in het landschap (hoogteverschillen).
Verbind met de omgeving: Sluit bij ontwerp- en inrichting van gebieden aan op omliggende groenblauwe structuren. Denk hierbij aan bomenrijen, bosplantsoen, bermen en oevervegetatie.
Behoud bestaande natuurwaarden: Oudere bomen, groene structuren of verblijfplekken van dieren zijn moeilijk te vervangen. Behoud van deze waarden is daarom het uitgangspunt.
Bouw natuurinclusief: Ontwerp in samenhang met de buitenruimte, in 3D (van gevel tot dak). Denk aan groene daken, groene gevels en verblijfplaatsen voor vogels, vleermuizen en insecten. Maak gebruik van natuurlijke materialen.
Beheer natuurinclusief: Geef de natuur de ruimte zich spontaan te ontwikkelen. Laat waar mogelijk verruiging toe, verwerk snoeiafval in takkenrillen en laat dode bomen staan of liggen. Beheer enkel waar het nodig is en maai door middel van maatwerk en variatie, met aandacht voor timing en schaal.
Ecologische structuren
De ecologische structuur is het netwerk van groene en blauwe lijnvormige elementen in de stad (en buiten de stad), zoals bomenrijen en bermen, inclusief groene en blauwe kernbiotopen (kerngebieden), zoals de parken, bossen en plassen.
Samen zorgen deze elementen en kernbiotopen voor een structuur waarlangs dieren zich verplaatsen door de stad. Ieder dier verplaatst zich echter op een andere manier.
We onderscheiden 10 ecologische lijnvormige structuren, zoals boomstructuren en kruidenrijk grasland. Deze zijn te zien op de Duidingskaart Ecologische structuren. Op hoger schaalniveau is er een grof onderscheidt gemaakt tussen drie structuren: getijdenrivier, zoete wateren en landstructuren. Deze zijn te zien op de Ecologische structurenkaart.
De ecologische structuur is cruciaal als het gaat over het versterken en behouden van de biodiversiteit. Beide kaarten zijn terug te vinden in de Toolbox Natuurinclusief Rotterdam.
Duidingskaart ecologische structuren
De Duidingskaart ecologische structuren biedt een gedetailleerd en op geografische informatie gebaseerd overzicht van de bestaande ecologische structuren in de stad.
De kaart beschrijft 10 ecologische structuren. Denk aan: boomstructuren voor vleermuizen, lage groenstructuren, zoals kruidenrijk grasland voor vlinders en wilde bijen, en zoet water structuren voor vissen. Deze ecologische structuren zijn gekoppeld aan de gidssoorten. Aan alle 10 ecologische structuren is één primaire gidssoort toegewezen.
Ecologische structurenkaart
De Ecologische structurenkaart geeft de ecologische structuren van Rotterdam op hoofdlijnen weer. Er is er een grof onderscheidt gemaakt tussen drie structuren: getijdenrivier, zoete wateren en landstructuur, zoete wateren en landstructuren.
De hoofdstructuren zijn gebaseerd op de Duidingskaart ecologische structuren. Zo zijn de lage groenstructuren (3 types) en boomstructuren tezamen genomen tot de ecologische
Landhoofdstructuren.
De Ecologische structurenkaart laat de globale aanwezigheid van een ecologische structuur zien. Waar is het groen en blauw zodanig aan elkaar verbonden dat er een potentie is voor diverse dieren om van A naar B te gaan.
Van de huidige groene en blauwe structuren is aangegeven in hoeverre ze nu ecologisch belangrijk zijn en voor welke diersoorten.